Dorine verschureplein 13    Tel. 046-4361470

OORSPRONG VLAAIEN UIT ELSLOO

Vlaaien zijn typisch Limburgs, zowel in Belgisch als Nederlands Limburg, en betekent zoiets als ‘platte koek’. Het is een product dat al door de Germanen werd gemaakt en heeft eigenlijk ook een Duitse oorsprong.
Alle ingrediënten voor de vlaaien waren vroeger ruim voorhanden in onze streek: witte bloem van gemalen tarwe bij de molenaar en gist bij de brouwer in het dorp. Melk, eieren en boter (vet) van eigen dieren en natuurlijk alle soorten fruit uit eigen boomgaard. Buiten het fruitseizoen maakte men rijste- of puddingvlaai. Al het brood en vlaaien werd in het eigen of gezamenlijke bakhuis gebakken: ’t bakkes. Deze werd nog met hout (sjanse) gestookt.
Vlaaien horen bij elk feest, met name bij bruiloften, Pasen en de kermis. Voor de grote Limburgse gezinnen moesten er vaak zoveel vlaaien worden gebakken, dat de families zelf de bereiding van het deeg en de vulling maakte, maar dat de bakker dit tot vlaai verwerkte en bakte. Later nam de bakker al het werk over en werd het vlaaien bakken echt helemaal bakkerswerk.
Ook de opa van Rob, Mathieu Janssen, deed dit ‘loonbakken’ voor klanten in Elsloo. Tot in de jaren zestig stond dikwijls de hele gang vol met potten ingemaakt fruit met de namen erbij welke pot van wie was. En leuke anekdote uit die tijd is van de oma van Rob die een klant op de winkel kreeg met een paar kilo pruimen met de opdracht: “jij moet toch altijd fruit schillen e.d. en hebt daar meer tijd voor dan ik, ontpit deze pruimen maar en bak er vlaaien van.” Deze klant kreeg toch maar mooi pruimenvlaaien mét pit mee naar huis, want van dit soort opmerkingen waren ze niet gediend!

 

SOORTEN VLAAI

Vlaaien zijn een soort gebak dat bestaat uit een bodem van deeg (diameter 28 cm), die plat is met opstaande randen. Vervolgens worden de vlaaien meestal gevuld met vruchten zoals appel, abrikozen (appelekouwevlaaj), kersen (keesevlaaj) of kruisbessen (krwasjelevlaaj). Het kenmerkende aan Limburgse vlaaien is dat deze in z’n geheel gebakken zijn.
Deze zijn open, maar worden ook belegd met riempjes (laddertjes of latjes), afgesloten met een deksel (toeslag) of bestrooid met kruimels (strooisel) of amandelschaafsel (victoriavlaaien). Soms zelfs afgewerkt met schuim: krwasjelevlaaj mit sjóém! Daarnaast zijn ook rijstevlaaien en kruimelpuddingvlaaien (gréúmelkesvlaaj) favoriet.

abrikozenvlaai 01.jpg
abrikozenvlaai 02.jpg
abrikozenvlaai 03.jpg
abrikozenvlaai 04.jpg
abrikozenvlaai 05.jpg
abrikozenvlaai 06.jpg
abrikozenvlaai 01.jpg
abrikozenvlaai 02.jpg
abrikozenvlaai 03.jpg
abrikozenvlaai 04.jpg
abrikozenvlaai 05.jpg
abrikozenvlaai 06.jpg
abrikozenvlaai 01.jpg
abrikozenvlaai 02.jpg
abrikozenvlaai 03.jpg
abrikozenvlaai 04.jpg
abrikozenvlaai 05.jpg
abrikozenvlaai 06.jpg

 
Vanaf 21 juli 2016 maken wij de zgn. open Limburgse vlaaien niet meer. Uiteraard wel de met riempjes, deksels, schuim of amandelschaafsel bedekte Limburgse vlaaien.

In het voorjaar en de zomer worden er veel aardbeienvlaaien gemaakt op verschillende bodemsoorten. Een echte seizoensvlaai in augustus is de open pruimenvlaai met verse ‘ringelaote’.

Vlaaien zijn wezenlijk verschillend van andere taarten omdat de bodem van een ander soort deeg is gemaakt. Vlaaideeg is een gistdeeg dat een stuk luchtiger is en lijkt op brooddeeg.
Naast gistdeegbodems worden er ook veel vlaaien gemaakt van linzendeeg. Dit heeft niets met peulvruchten te maken, maar waarschijnlijk komt deze naam van de bekende Oostenrijkse Linzertorte uit het stadje Linz dat qua ingrediënten enigszins overeenkomt. Dit deeg lijkt meer op een soort koek en het voordeel van de grotere hoeveelheden suiker die hierin verwerkt wordt, is dat deze vlaaien veel langer houdbaar zijn, zelfs ongekoeld. Rob maakt overheerlijke linzenvlaaien met abrikozen of kersen, en op verzoek ook met zwarte pruimen. Je zou ze tot een week kunnen bewaren, maar dat halen ze natuurlijk niet! Wel is het zo dat deze linzenvlaaien nog lekkerder zijn op de tweede dag dan als ze net vers gemaakt zijn, omdat de vulling dan goed doordringt in de bodem.
Oorspronkelijk werd er op vlaaien geen slagroom gebruikt, dat was op het arme platteland veel te duur. Tegenwoordig is er een overdaad aan zogenaamde ‘luxe vlaaien’, met allerlei soorten bodems en rijkelijk gevuld én versierd met pudding, slagroom, fruit en chocolade.

Hardewenerbodem

Een veel gebruikte bodemsoort hierbij is de zogenaamde harde wener.
Deze krokante bodem van een soort zanddeeg gemaakt met roomboter en suiker vormt de basis voor bijvoorbeeld de lekkerste aardbeienvlaaien. De harde wenerbodem wordt eerst ingesmeerd met een dun laagje chocolade, zodat de pudding of het fruit niet teveel in de bodem trekt waardoor hij zijn krokantheid zou verliezen. Daarop komt de room en vervolgens het fruit. Dat kunnen Hollandse aardbeien zijn, maar ook bijvoorbeeld een skivlaai is heerlijk: afgewerkt met kersen, slagroom en schuimdruppels. Een ander goed voorbeeld van een harde wenerbodem is de christoffelvlaai: afgewerkt met kersen, chocoladeslagroom en chocoschaafsel.

 

One Response to VLAAIEN